Thuis Forums Blogs van de Auteur Vanwaar dit boek?

Dit onderwerp bevat 0 reacties, heeft 1 stem, en is het laatst gewijzigd door  pietdekorteboek 2 maanden geleden.

  • Auteur
    Berichten
  • #1142 Reactie

    pietdekorteboek
    Sleutelbeheerder

    Vanwaar dit boek

    De belangrijkste reden is de discrepantie die ik heb ervaren tussen de wetenschappelijke wereld, waarin ik mijn gehele leven verkeerde, en de wereld van mijn zelfontplooiingsreis. In die laatste wereld bevinden zich vele elementen, die in de wetenschappelijke wereld, maar vooral ook in de gevestigde orde, worden beschouwd als taboe, onzin, verdacht en gevaarlijk.

    Uit dit spanningsveld ontstond de belangstelling om, allereerst voor mezelf, na te gaan of deze polarisatie stoelt op een wetenschappelijke basis, of dat hij veel meer het gevolg is van gevestigde belangen, conservatisme, angst en heksenjacht. In een wat latere fase leek mij dit ook bij uitstek een thema om met anderen te delen en wel in de vorm van een boek, een boek als brug tussen wetenschap, religie, en spiritualiteit.

    Het hierboven geschetste pad bracht me in contact met diverse alternatieve therapieën. Deze bleken uiteindelijk uitermate effectief te zijn voor mijn ontwikkeling, maar komen, één uitzondering daargelaten, niet voor op de lijst van goedgekeurde en/of erkende behandelmethoden. Dat betekent dus dat men daarvoor geen opleiding kan volgen aan een erkende school of opleidingsinstituut. Hieronder volgen enkele voorbeelden:

    • Antidepressiva en/of psychotherapie In verschillende depressieve perioden heb ik me natuurlijk afgevraagd of ik niet over zou moeten gaan tot het gebruik van antidepressiva. Ik heb dit eigenlijk altijd weerstaan omdat antidepressiva mijns inziens niets oplossen, ze bestrijden eigenlijk alleen symptomen. Toch is het gebruik van antidepressiva de meest gevolgde route bij de bestrijding van depressie. In Nederland worden door ongeveer 900.000 mensen, peiling 2010, antidepressiva gebruikt. De hieraan verbonden jaarlijkse kosten bedragen ongeveer 50MEuro. Wereldwijde meta-analyses ten aanzien van de effectiviteit van antidepressiva zouden echter tot nadenken moeten leiden. Een meta-analyse gepubliceerd in 2010 (Fournier, et al., 2010) geeft aan dat de effectiviteit van antidepressiva uitermate klein is. De kans op verbetering door gebruik van antidepressiva blijkt slechts 25%, 9% of 6% te zijn bij respectievelijk zeer ernstige, ernstige, of milde depressies. Voor mij, een milde vorm van depressie, zouden medicijnen dus hoogstwaarschijnlijk geen enkele oplossing hebben geboden.

    Voor psychotherapie liggen de kansen op verbetering daarentegen tussen de 33 en 50%. Dit volgt uit een meta-analyse van (Barth, et al., 2013). Bovendien blijkt uit meta-analyses dat de kansen op verbetering niet zozeer afhangen van het type therapie, maar allereerst van de persoonlijkheid, achtergrond, en motivatie van de cliënt zelf en vervolgens van de kwaliteit van de cliënt – therapeut relatie (Norcross, 2002).

    Wetenschappelijk kunnen we het grote gebruik van antidepressiva dus moeilijk verklaren. Weerspiegelt zich hier het taboe voor psychotherapie bij een groot deel van de cliënten of hebben we te maken met de rol van het medisch-industrieel complex? Mogelijk spelen ook de kosten een rol, want twintig sessies bij een psychotherapeut, ongeveer 1500 Euro, zijn drie maal duurder dan het 10 jaar lang slikken van medicijnen.

    • Ratio, Emotie en Gevoelens Bij verschillende van de door mij gevolgde therapieën spelen emotie en gevoelens een centrale rol. In de reguliere psychische gezondheidszorg vormden emoties tot voor kort echter een zeer ondergeschikte rol. Nadruk lag op de ratio en de daarbij passende voornamelijk verbale therapievormen, waarin begrijpen en veranderen van gedrag, gewoonten, en foute denkbeelden, centraal staan.

    Ook in het wetenschappelijk onderzoek van bewustzijn was onderzoek van emoties en gevoelens in de bloeitijd van het behaviorisme (1920 – 1980) taboe, of te wel het was vrijwel onmogelijk om daarvoor subsidie te verkrijgen. Emoties werden door velen toen beschouwd als een epifenomeen, een bijverschijnsel van het bewustzijn zonder invloed.

    Door deze, onwetenschappelijke stellingname, lag serieus onderzoek ten aanzien van emoties en gevoelens als onderdeel van het bewustzijn meer dan een halve eeuw stil. Pas de laatste 25 jaar maken emoties en gevoelens, zowel in onderzoek als in psychotherapie, een comeback met belangrijke bewustzijn- en gedragsonderzoekers als Jaak Panksepp, Antonio Damasio, en Frans de Waal.

    • Lichaamsgeoriënteerde therapie Het door mij gevolgde pad bevat lichaamsgeoriënteerde therapieën, die hun basis vinden rondom het begrip lichaamsenergie. Lichaamsenergie is in het westen onbekend, maar is in India, China en Japan bekend onder de naam Prana, Chi, en Ki. Prana is een basiselement van Yoga, Chi van acupunctuur, Qigong en Tai Chi, en Ki van Japanse vechtsporten, zoals Aikido.

    Omdat er geen goede wetenschappelijke verklaring is voor Chi, wordt het bestaan ervan in de westerse geneeskunde ofwel genegeerd, bestreden, of tot een taboe verklaard. Dit ondanks het feit dat bepaalde op dat begrip gebaseerde behandelmethoden, zoals accupunctuur, wel een medische status hebben bereikt.

    Ook westerse lichaam gerelateerde therapievormen krijgen tot nu toe nauwelijks erkenning. Dit geldt bijvoorbeeld voor Bio-energetica ontwikkelt in de V.S. door Alexander Lowen en John Pierrakos omstreeks 1955. Eenzelfde lot ondergaan Haptonomie, ontwikkelt in de zestigerjaren door de Nederlander Frans Veldman en Osteopathie, ontwikkelt door Andrew Still omstreeks 1890 in de V.S. en in Nederland pas sinds 1985 enigszins bekend. Dit terwijl osteopathie op zeer grote schaal succesvol wordt gebruikt in de paardensport.

    Vanwaar deze situatie? Rondom het oosterse begrip Chi zijn een veelvoud van zeer slecht gefundeerde theorieën ontstaan, zoals: Orgone uit de atmosfeer, de heilige geest, kwantummechanische uitingen van de vacuümenergie en nadi’s en chakra’s in het lichaam. Het zijn dit soort, slecht onderbouwde of aanwijsbaar foute theorieën, die succesvolle aanvallen door anti-kwakzalver bewegingen, zoals bijvoorbeeld Skepsis, mogelijk maken. Mijn inziens ligt het probleem in eerste instantie echter eerder bij deze bezopen theorieën dan bij het fenomeen Chi zelf. Wordt hier niet het kind met het badwater weggegooid?

    De westerse lichaamsgerichte therapieën lijken vooral te lijden aan vooroordelen. Zo hebben de Bio-energetica en Haptonomie theorieën aangaande seksualiteit en orgasme, die heftig botsten met taboes aangaande seksualiteit, de ideeën van de kerk en de conservatieve moraal van allerlei maatschappelijke stromingen. Vooroordelen die mogelijk teruggaan op Wilhelm Reich, een leerling van Sigmund Freud, die na een heksenjacht overleed in een Amerikaanse gevangenis en wiens boeken in opdracht van het Amerikaans gerechtshof werden verbrand.

    Alleen al het feit dat er een verbinding is tussen lichaam en gevoel en dat de therapeut gevoelens kan vrijmaken door aanraking van zijn cliënten roept bij velen nog steeds zeer heftige vooroordelen op.

    Meer subsidie voor goed uitgevoerd onderzoek is een van de weinige manieren om deze vooroordelen en taboes te doorbreken en de echte waarde van deze therapievormen zo objectief mogelijk vast te stellen.

    • Spiritualiteit Veel psychisch lijden vindt zijn oorzaak in zingevingsvraagstukken. Waarom ben ik hier, wat is de zin van dit alles en waarom doet mijn leven soms pijn? Lange tijd behoorden dit soort vragen tot het domein van kerk en religie. Spiritualiteit was oorspronkelijk onlosmakelijk verbonden met religie. Een spiritueel iemand streeft een persoonlijke transformatie na, die samenhangt met religieuze idealen. Na de secularisatie van de westerse wereld kwam er ook een scheiding tussen spiritualiteit en religie. Spiritualiteit heeft nu vooral betrekking op persoonlijke ontwikkeling of psychologische groei. Veel van die stromingen maken gebruik van in de kerk gegroeide methodieken, zoals religieuze riten, dans, muziek, en meditatie.

    Vele van deze spirituele stromingen hebben zich verbonden met oosterse religies of allerlei esoterische stromingen, maar ook met het humanisme.

    Wetenschappelijk staat spiritualiteit in twijfelachtig tot slecht daglicht. Aan het begin van de vorige eeuw ontstond het ideaal van een harmonieuze en gelukkige wereld op basis van de hegemonie van de ratio. Een ontwikkeling die mede zou leiden tot het uitsterven van religies, emoties en gevoelens. De Holocaust van de Joden in de tweede wereldoorlog, gepland door de ratio van het derde rijk, werpt echter wel een uitermate wrang licht op dit ideaal.

    Het blijkt echter steeds meer dat emoties en gevoelens de basis vormen van het menselijk bewustzijn (Damasio A. R., 2000) en dat de mens ongeneeslijk religieus is. Zeer velen kunnen niet meer geloven in een God, de wetenschap heeft Hem uiteindelijk nergens kunnen vinden, maar blijven geloven in het feit dat er toch “Iets” moet zijn.
    Hopelijk is dit boek in staat om op deze belangrijke vraag enig licht te werpen. Hopelijk voorkomt dit dat we ons kind, “het spirituele zelf”, met het badwater, God, weggooien.

    Mijn belangrijkste motivatie voor het schrijven van dit boek is dat ik zelf ondervonden heb hoe veel persoonlijke ontwikkeling heeft bijgedragen aan mijn eigen geluk en welzijn en dat van mijn naaste omgeving. Het is geen “Quick fix”, maar uiteindelijk brengt het meer geluk, een betere gezondheid, minder angst, en meer compassie en wijsheid. Als serieus wetenschapper, experimenteel fysicus, hoop ik te kunnen laten zien dat zo’n ontwikkeling een wetenschappelijke basis heeft en niet slechts het domein is van mythische dimensies in psychologie, religie en spiritualiteit.

    Blijft de claim van de objectiviteit van de wetenschap versus de subjectiviteit van de persoonlijke ervaring als een waterscheiding tussen waar en nietwaar.

    Als wetenschapper onderschrijf ik ten volle de wetenschappelijke methode, gebaseerd op falsifieerbare theorieën en objectief, derde persoon, herhaalbaar onderzoek.

    Die objectieve wetenschap blijkt bij nadere kennismaking echter een speelbal van taboes, mode, financiering en te grote ego’s. Een duidelijk hierboven genoemd voorbeeld is het taboe op emotie en gevoel gedurende het tijdperk van het behaviorisme (1920 – 1980). Andere voorbeelden volgen in de loop van dit boek. Het wetenschappelijk bedrijf is dus verre van objectief. Het mooie van de wetenschap is echter dat er na regen meestal weer zonneschijn komt.

    Vaak wordt echter beweert dat eerste persoon, subjectieve, ervaringen principieel onwetenschappelijk zouden zijn? Mijn ervaringen zouden er wetenschappelijk gezien dus niets toe doen.

    Volgens de filosoof John Searle is dit een categorie fout. Persoonlijke ervaring “zijn” per definitie subjectief. Dit wil echter niet zeggen, dat je daarover geen objectieve “kennis” kunt verzamelen. Men verwart hier de categorie ontologie (zijn) met die van epistemologie (kennis). Deze objectieve kennis moet wel herhaalbaar en controleerbaar zijn. Bijvoorbeeld probeert de neurofenomenologie in haar wetenschappelijk onderzoek gebruik te maken van subjectieve ervaringen.

    Ik zal hoofdzakelijk gebruik maken van eigen subjectieve ervaringen en niet die van anderen. Dit voorkomt overdrachtsfouten t.g.v. inadequate verwoording of communicatie. Bovendien bewaar ik op die manier de kritische wetenschappelijke houding die me eigen is.

    Ondanks dat alles voldoet deze manier van werken niet aan de eisen van wetenschappelijk onderzoek. Dit boek heeft echter ook niet die pretentie. Ik poog veeleer mijn persoonlijke ervaringen te toetsen aan beschikbaar wetenschappelijk onderzoek en waar relevant vastgeroeste ideeën en maatschappelijke vooroordelen zichtbaar te maken en waar mogelijk een alternatieve zienswijze aan te dragen.

    In alles blijf ik uiteraard een wetenschappelijke grondhouding nastreven. Voor mij is de basis van dit boek de wetenschappelijke kennis die we aangaande bewustzijn hebben opgebouwd aan de ene kant en mijn persoonlijke ervaringen aan de andere kant. Het tot stand komen van een brug is echter alleen mogelijk door soms eeuwenoude “waarheden” aan beide zijden van zo’n brug los te laten.

    Zo zal ik proberen U te laten zien dat “spirituele” en/of mystieke ervaringen goed kunnen worden verklaard op basis van het bewustzijn van de mens zelf. Het is niet nodig om daarvoor een God te introduceren. Het Boeddhisme laat dat duidelijk zien. Ik zie dit als een “moderne” interpretatie naast de vele “oudere”.

    Ik zal U er eveneens van proberen te overtuigen dat een mensbeeld gebaseerd op de dominantie van het EGO en de ratio een wel zeer vertekend mensbeeld is. Toch is dit mensbeeld met de daarbij behorende maakbaarheidsfilosofie van het leven de allesoverheersende visie van dit moment. Het leven vanuit deze visie ligt de nadruk op materialisme, hebben, controle, maakbaarheid, succes, etc. Het is deze visie die de basis vormt van de exploitatie van onze aarde en onze medemens.

    Zeker zo essentieel is echter ons affectieve zelf en onlosmakelijk daarmee verbonden ons lichaam. We zouden het onze dierlijke ziel kunnen noemen. Integratie van dit deel van ons bewustzijn in ons leven brengt zin, geluk en vrede, maar helaas ook pijn en verdriet. In essentie brengt het ons het gevoel te leven. Het accent komt te liggen op ervaren en zijn i.p.v. op bezit en hebben.

    Om zo’n brug te doen slagen ben ik afhankelijk van een open houding vanuit de wetenschap en de bereidheid nieuwe aangedragen ideeën te toetsen. Dit lijkt me eigenlijk een houding die een echte wetenschapper zou behoren te hebben. In de praktijk is dat helaas lang niet altijd het geval. De wetenschappelijke methode is objectief, maar de wetenschapper zelf en hun financiers, overheid en bedrijfsleven, zijn vaak zeer bevooroordeeld.

    Aan de andere kant van de brug ben ik afhankelijk van de houding van religieuze mensen, de religieuze traditie en de kerken. Ook van hun hoop ik op een open houding. Aangeraakt door religieuze ervaringen en overtuigd van het belang ervan voor de mensheid zoek ik naar een “moderne” interpretatie van die ervaringen, een interpretatie zonder een God, een interpretatie die niet botst met de “wetenschap”.

    Helaas zullen velen het verschil tussen ervaring en interpretatie niet begrijpen en mijn poging zien als een aanval op het geloof of als blasfemie. Toch geloof ik in de toegevoegde waarde van een religie zonder God, een religie die het affectieve en spirituele zelf van de mens ondersteund met eeuwenoude riten, en wijsheid tradities. Een religie die een logische plaats heeft in een seculiere, wetenschappelijke wereld. Hiertoe is een open houding nodig. Zo’n open houding zou kunnen beginnen met het laten vallen van de waarheidsclaims, die verschillende van onze religies helaas nog steeds handhaven, en het versterken en uitbouwen van hun interreligieuze relaties. Het begin van een echte oecumenische beweging.

    Referenties

    Barth, J., Munder, T., Gerger, H., Nüesch, E., Trelle, S., Snoj, H., . . . Cuijpers, P. (2013). Comparative Efficacy of Seven Psychotherapeutic Interventions for Patients with Depression: A Network Meta-Analysis. PLoS Med, e1001454.
    Damasio, A. R. (2000). The Feeling of What Happens. Random House.
    Fournier, J. C., Robert J. DeRubeis, P., Steven D. Hollon, P., Sona Dimidjian, P., Jay D. Amsterdam, M., Richard C. Shelton, M., & Jan Fawcett, M. (2010). Antidepressant Drug Effects and Depression Severity A Patient-Level Meta-analysis. Jama, 47-53.
    Norcross, J. C. (2002). Psychotherapy Relationships that work. Oxford: Oxford University press.

Reageer op: Vanwaar dit boek?
Mijn informatie:




Sluit Menu